©

longread 03 - deel 2: aïcha abbadi

Van mode-industrie naar modecultuur

Bovenstaande foto: A Magazine Reader 03 workshop proces beeld. 2019. Warehouse productie.


Na een lange periode van excessen lijkt de modewereld eindelijk te ontnuchteren, maar er zijn nog obstakels op de weg. Een beperkt begrip van mode als een industrie, die opereert op grote schaal en met complexe onderlinge verhoudingen, heeft geleid tot een zekere verslagenheid die degenen die erin werken ervan weerhoudt om verder te denken (en te doen) dan de gebaande paden. Velen hebben – bewust of onbewust – zichzelf gekoloniseerd in het industriële modesysteem en hebben zich overgegeven aan de symbolische kracht ervan, terwijl anderen er volledig zijn uitgestapt.


Geïnternaliseerde narratieven
Om vooruit te komen, is het noodzakelijk om te begrijpen welk effect systemische tekortkomingen hebben op individuele practitioners (makers en denkers). Veel van de sociale relaties van de mode zijn gebouwd op een ongezonde dynamiek van overheersing. De bevoorradingsketens uit de koloniale tijd en Europese narratieven, gebaseerd op de ‘redder’, die onderdrukking trivialiseren en vermommen als groene of sociale initiatieven bestaan nog steeds. Tegelijkertijd worden andere problemen genegeerd, zoals de lokale werkende armen en de uitbuiting van arbeidsmigranten voor een 'made in Europe'-label. Bepaalde opvattingen over sociale klasse, koloniaal en extractivistisch denken zijn nog steeds diep verankerd in de sociale verhoudingen van de mode; in de manier waarop het wordt ontworpen, geproduceerd en gedragen.

Vooral binnen design en styling heerst een zeer beperkte perceptie van de creatieve rollen in de mode, een perceptie die vaak voortkomt uit een geïnternaliseerde neoliberale subjectiviteit. Het najagen van een ‘droombaan’ dient om de slechte werkomstandigheden voor de practitioners zelf, en voor anderen in de vele lagen van de industrie, te rechtvaardigen. Doordat het kapitalisme het nemen van persoonlijke risico’s positioneert als de basis van individueel succes of falen, blijven systemische en sociale kwesties onbesproken. Volgens de traditionele opvatting vereiste de weg naar ‘succes’ in de mode dat een individu beschikking had over aanzienlijke externe middelen, waaronder kapitaalinvesteringen, onzichtbare arbeid van de bredere industrie, steun van hun persoonlijke kring en de arbeid van ondergewaardeerde assistenten die, in een vicieuze cirkel van afhankelijkheid, ook weer externe steun moesten zoeken. Deze aanpak, die werd verpakt als hard werken voor succes, werkte een meritocratisch narratief van ‘jezelf moeten onderhouden’ in de hand, terwijl sociale ongelijkheden werden verdoezeld. Het identificeren van sociaal onhoudbare modellen is noodzakelijk voor een bewuste deelname aan de mode, waarbij practitioners optreden als geëmancipeerde co-creators die niet alleen bijdragen aan het visuele narratief van de mode, maar ook aan de manier waarop mode functioneert.

Coöperatieve modellen
Erkenning van en verbinding aangaan met het bredere netwerk van mensen die betrokken zijn bij de mode is de eerste stap om het streven naar individueel succes te vervangen en het collectieve karakter van modewerk te gaan waarderen. Deze aandacht verschuiving is al zichtbaar in wereldwijde initiatieven. Een voorbeeld is de campagne uit 2020 met de hashtag #PayUp, die de stem van arbeiders versterkte en daarmee grote merken aanspoorde om te betalen voor de uitstaande lonen en openstaande bestellingen tijdens de pandemie. Ook werd een passende vertegenwoordiging van de arbeiders geëist in de boardrooms waar de beslissingen worden genomen. Op een kleinere schaal zijn er lokale werkgroepen en netwerken die zich verzetten tegen de falende narratieven van het verleden. Practitioners die in een commerciële context opereren, onderzoeken alternatieven voor competitieve top-downsystemen. Zo werd in 2018 de VBM opgericht, de democratische Berlijnse vereniging van lokale modeontwerpers. Met als doel om directer samen te werken aan gemeenschappelijke doelen, zoals verantwoorde productie en het verminderen van ongelijkheid, zet VMB structuren op voor onderlinge ondersteuning op de lange termijn.

Naast beroepsverenigingen en productgerichte narratieven zijn er ook onafhankelijke modeontwerpers die anderen benaderen om participatieve projecten samen te stellen, waarbij ze zowel tijdelijke als langdurige collectieven vormen. De Amerikaanse IMMEDIATE Fashion School, begonnen als een alternatief voor traditioneel modeonderwijs, heeft zich ontpopt tot een dynamisch collectief dat bestaat uit een diverse groep van creatieve professionals. De focus ligt op sociale ervaringen, het uitwisselen van vaardigheden en collectieve creatie. Het project wil zo een alternatief bieden voor commerciële en gesloten modekringen en richt zich op het gezamenlijk bestuderen van de mode buiten de gevestigde instituten om, waarbij academische discussies worden gelinkt aan hands-on praktijken. Deelnemers houden zich bezig met kritische lezingen van modetheorie en benaderen complexe onderwerpen als Mode & Rechtvaardigheid vanuit verschillende perspectieven, in plaats van de status quo te accepteren als onveranderlijk.

Het verkennen van alternatieve definities van mode staat ook centraal bij MODUS, een platform en netwerk voor practitioners dat de definitie van mode ter discussie stelt en voorbij commerciële grenzen opereert, waarbij ze een brug slaan tussen theorie en praktijk. Het platform is gericht op het verbinden van voorheen geïsoleerde praktijken in en rondom het modeveld en de deelnemers identificeren zichzelf als onderwijzers, onderzoekers, ontwerpers, curatoren, choreografen, activisten, schrijvers, practitioners, uitgevers en kunstenaars. Het hoofddoel van MODUS is het faciliteren van de uitwisseling van ideeën en vaardigheden en het formuleren van nieuwe narratieven voor toekomstige modepraktijken. Praktijken die de schadelijke sociale, ecologische en culturele impact van het huidige industriële paradigma overstijgen en de focus op vooraf gedefinieerde resultaten verruilen voor processen van actie ondernemen.

Een nieuwe droom
Door dit soort alternatieve praktijken kan het idee van wat begeerlijk is verschuiven en een nieuwe ‘modedroom’ ontstaan vanuit een pluraliteit aan stemmen. In plaats van elkaar te beconcurreren, zoeken ze naar verbinding met elkaar en een nieuw publiek. Ze vormen netwerken en collectieven, komen bijeen, wisselen kennis uit en voeren discussies, en dat alles terwijl ze mode maken, dragen, presenteren en verspreiden. Ze publiceren alternatieve mode-narratieven die sociale kwesties en artistieke processen onderzoeken, in plaats van alleen te focussen op nieuwigheid en statussymbolen. Ze werken op eigen tempo, los van de snelle modekalender en constante stroom van content, om zich te richten op projecten die voor hen echt relevant zijn.

Plekken zoals buurtcentra, ateliers en activistische ruimtes bieden ruimte om te experimenteren met meer inclusieve formats. De alternatieve praktijken onderzoeken hier de onderliggende functies van de mode, herkennen de valkuilen, en transformeren ze in het algemeen belang. Door verschillende facetten van de mode te verenigen, halen ze de schijnwerpers van het individu en zetten ze in op best practices, en brengen zo modeactiviteiten onder de aandacht die door het mainstream narratief worden verzwegen. Ze brengen verborgen ongelijkheden aan het licht en proberen hieraan te werken in plaats van ze te verbergen. Kritische modepublicaties zoals die van Warehouse en het werk van studenten dat wordt uitgebracht, vormen een uitdagend en voortdurend alternatief naast de mainstream magazines die nog steeds opereren vanuit de vroegere tactieken van schijn en bedrog. Decentrale gemeenschapsruimtes en bijeenkomsten zoals ruilbeurzen, naaiworkshops en reparatiewerkplaatsen brengen de discussie over de modeproductie en de waarde van kleding op gang en zullen sneller een diverse groep mensen aanzetten tot verandering dan besloten industriebijeenkomsten. In tegenstelling tot de anonieme consumptie van massaal geproduceerde kleding en media maken ze verbinding op een persoonlijker niveau mogelijk. Hierdoor wordt mode teruggebracht naar de menselijke maat en worden intergenerationele lokale gemeenschappen, empathie en zorg gestimuleerd (of gepromoot). Door een zekere afstand te scheppen tot de industrie, worden de schadelijke effecten ervan op de sociale verhoudingen zichtbaar en kunnen er nieuwe rollen worden geformuleerd voor de toekomst.

In plaats van de ‘modedroom’ compleet te laten varen, schuiven deze voorstellen als belangrijkste drijfveer de ‘poëtische functie’ van mode naar voren die lange tijd is onderdrukt door hebzuchtige imitatie gedrag en creatieve competitiedrang. De poëtische functie, als fantasierijke vertaling van complexe gedachten en emoties, en als een manier om op menselijk niveau te verbinden, vestigt de aandacht op wat er over het hoofd wordt gezien, en biedt culturele en sociale betekenis en waarde. Deze poëtische functie kaart de kwesties aan die ontbreken in de meeste gesprekken over mode-alternatieven. Die gesprekken beperken zich vaak tot technologische oplossingen en politieke discussies die uitgaan van een neoliberale perceptie van de arbeider, die geacht wordt de industriële machine voortdurend te optimaliseren terwijl maatschappelijke vooruitgang op menselijk niveau wordt verwaarloosd.

De poëtische functie is te vinden in hands-on praktijken, in vormen van representatie in mode-content, in alternatieve interpretaties van de relatie tussen drager en kledingstuk en van maakprocessen. Maar deze poëtische functie kan alleen volledig worden gerealiseerd in een omgeving die het tegendeel is van de mode-industrie waarin creativiteit een instrument is geworden in het streven naar winst en waarin de creatieve expressie van de enkeling resulteert in de onderdrukking van de massa. Dat betekent dat practitioners die zich nu in rollen bevinden die afhankelijk zijn van de dynamiek van overheersing, deze verhoudingen moeten veranderen, actief modewerk moeten weigeren dat een oneerlijk systeem in stand houdt en de basis moeten leggen voor duurzame alternatieven die een breder scala aan mensen aanspreken. Het uitbreiden van de definitie van mode omvat een verschuiving van een mode-industrie, waarin de deelnemers met elkaar concurreren voor hun plek en compensatie, naar een modecultuur, die wordt opgebouwd met gedeelde middelen en is gebaseerd op een wereldwijde solidariteit die verder gaat dan het wederzijdse economische belang.

Modecultuur vervangt competitieve narratieven door directe samenwerking en co-creatie, en het op waarde schatten van elke bijdrage. Het begint met ‘un-othering’ van de diverse deelnemers en locaties van de mode, en het gesprek aangaan met anderen buiten academische kringen of industrie-evenementen. Zo kan het publieke narratief veranderen en kunnen we nieuwe manieren vinden om onderlinge samenwerkingsverbanden aan te gaan. In deze bewustere vorm van uitwisseling wordt de focus verlegd van industriële naar menselijke groei.


Over de auteur
Door middel van theorie en praktijk verkent de in Berlijn gevestigde Aïcha Abbadi de grenzen van de mode en reflecteert ze op de discipline zelf. Ze is geïnteresseerd in niche-modepraktijken en alternatieve manieren om mode te maken en je in mode te begeven. Ze beschouwt deze bijdragen als essentieel voor een perspectiefverschuiving die de dominante verhalen in mode kan onderbreken. Daarnaast is ze betrokken bij buurtinitiatieven in Berlijn waarin, voor creatieve cultureel en sociale diverse omgevingen, gemeenschappelijke ruimtes worden gecreëerd en actieve participatie aangemoedigd wordt.

Online publicatie: 1 februari 2021

Download glossary

Bronnen

Bruggeman, Daniëlle. 2018. Dissolving the Ego of Fashion. Arnhem: ArtEZ Press.

Gatzen, Pascale & von Busch, Otto (eds.). 2014. The Journal of Design Strategies Volume 7: Alternative Fashion Systems. New York: Parsons The New School.

McDowell, Colin. 1994. The Designer Scam. London: Hutchinson.

Mensitieri, Giulia. 2020. The Most Beautiful Job in the World – Lifting the Veil on the Fashion Industry. London: Bloomsbury Visual Arts.

Minney, Safia. 2017. Slave to Fashion. Oxford: New Internationalist Publications.

MODUS– a platform for expanded fashion practice.

#PayUp. 2020.

Nobody’s Fashion Week Podcast. https://nobodysfashionweek.podigee.io/

Sekules, Kate. 2020. Mend!: A Refashioning Manual and Manifesto. New York: Penguin Books.

Sparkles, Tina. 2018. Notes from the Field: IMMEDIATE Fashion School. The Fashion Studies Journal.

None

longread 03 - deel 2: aïcha abbadi